Lezen, schrijven, taalplezier op de basisschool
Blog
Terugbladeren in een boekenschrift is volgens Schoolschrijver Ellen Stoop net alsof je een dagboek leest

Het idee van Schoolschrijver Ellen Stoop: houd een boekenschrift bij met de ‘Boekenschriftopdracht’. In dit blog vertelt ze waarom dat leuk is voor nu en voor later.

Als je ermee begint, kun je niet meer stoppen
‘Negen van de tien mensen weten precies op te sommen waarheen ze de laatste tien jaar op vakantie zijn geweest. Maar vraag hen welke tien boeken zij het laatst lazen en ze blijven het antwoord schuldig.’ Zo begint het boekje De plezierfactor. Nut en genot van het boekenschrift van Felix Eijgenraam (Aramith Uitgevers, 1990).
Dat ik, een veellezer, hier destijds ook geen antwoord op kon geven, stak me – al moet ik toegeven dat ik mijn vakantiebestemmingen van de laatste tien jaar ook nooit onthoud (en daarom houd ik die nu ook bij). Hoezo wist ik niet meer welke boeken ik de laatste tijd had gelezen?
Nog dezelfde dag, inmiddels ruim dertig jaar geleden, begon ik met een boekenschrift. En als je ermee begint, kun je er niet meer mee stoppen dus houd ik sindsdien bij wat ik lees. Het is heel simpel: je noteert achtereenvolgens de datum dat je het boek uitgelezen hebt (doe dat direct), de titel van het boek, de schrijver, evt. het aantal pagina’s (over dikke boeken doe je langer, dunne boeken tikken lekker aan) en begin met nummer 1, het volgende boek wordt nummer 2 enz. Begin elk boek op een nieuwe regel en elk jaar op een nieuwe pagina, dat is wel zo overzichtelijk. Als je wilt kun je er ook nog bijzetten wat je van het boek vond: één ster of meer?

Net alsof je een dagboek leest
Een van mijn lievelingsboeken las ik op 15/1/2000: Olle, Guus Kuijer, 97 pag., nummer 397. Op 20/1/21, 21 jaar later, las ik Olle weer, nu staat erachter: nummer 1223. Ik herlas het omdat ik het mijn zus cadeau gaf die een zieke hond heeft en omdat ik het boek (over een hond die doodgaat) zo ontzettend mooi vind. Als ik over tien jaar terugblader naar 2021 weet ik direct weer waarom ik Olle toen weer las. Terugbladeren van het boekenschrift is net alsof je in een dagboek leest. Aan de boeken die ik las kan ik zien wanneer ik liefdesverdriet had, wat mijn literaire voorkeuren waren in bepaalde periodes van mijn leven en wanneer ik zo gegrepen werd door een bepaalde schrijver, bijvoorbeeld Elizabeth Strout, dat ik gelijk drie van haar boeken las.

Het is nog niet te laat: begin vandaag!

Zoveel als ik weet van wat ik de laatste dertig jaar las, zo weinig weet ik van mijn leesverleden van vóór het boekenschrift. Dat is een grote blinde vlek in mijn geheugen. Veel boeken die ik las, heb ik in mijn bezit, mijn boekenkasten puilen uit. Vaak staat op de eerste pagina zelfs wanneer ik het boek kocht of kreeg, maar of ik het dan ook direct gelezen heb en wanneer dat was, daarvan heb ik geen idee. Het grootste deel van de boeken die ik heb gelezen – en zeker de vele kinderboeken – leende ik uit de plaatselijke bibliotheek waar ik elke week met stapels wegging. Boeken die werelden voor me openden, waarin ik kon wegdromen, waarom ik kon lachen of huilen, verhalen die ik zo mooi vond dat ik wilde dat de laatste bladzijde nooit zou aanbreken. Van al die prachtige boeken die als kind zo veel indruk op me maakten, die mijn liefde voor taal aanwakkerden en mij waarschijnlijk inspireerden om zelf kinderboeken te gaan schrijven, herinner ik me helaas titel noch auteur. Als ik ergens spijt van heb, is het dat ik niet als kind al een boekenschrift bijhield, want dan had ik al die mooie kinderboeken nu kunnen herlezen.
Daarom mijn tip voor alle leesgrage basisschoolleerlingen – en voor ouders, leesconsulenten en leerkrachten is het ook nog niet te laat: begin vandaag met een boekenschrift! Zodat je later niet, net als ik, spijt krijgt dat je er niet veel eerder mee begonnen bent.

Schrijfopdracht Boekenschriftopdracht van Ellen Stoop, 15 min, groep 5 t/m 8
Het idee van Ellen Stoop: houd vanaf nu een boekenschrift bij. Leuk voor nu, leuk voor later.

Benieuwd naar meer schrijfopdrachten? Ga naar 19 gratis lees- en schrijfopdrachten voor meer lees- en schrijfplezier thuis én in de klas

Blog
Schoolschrijver Li Lefébure stal een verhaal: het werd het begin van een spannende schrijfopdracht

In dit blog vertelt Schoolschrijver Li hoe ze een gênante jeugdherinnering gebruikte als basis voor een schrijfopdracht. Want wist je dat je niet alleen snoep kunt stelen, maar ook een verhaal?

Li biecht diefstal op aan de klas

‘Heb je wel eens iets gestolen?’ Die vraag kreeg ik jaren geleden van een leerling. Met het schaamrood op mijn kaken moest ik toegeven dat ik als (ik geloof) zevenjarige een pakje snoep had gestolen. In de supermarkt in het dorp waar ik woonde. En dat mijn moeder het ontdekt had en ik terug naar de winkel moest om het pakje snoep terug te brengen. Ook al had ik er al één snoepje uit opgegeten. 

De jongen die de vraag stelde, begon te grinniken. En vroeg of het de enige keer was dat ik iets gestolen had of dat het nog eens gebeurd was. Ik schudde mijn hoofd. Nee, ik had nooit meer iets gestolen. Maar een paar tellen later zei ik: ‘Eigenlijk heb ik pasgeleden nog iets gestolen.’

De hele klas keek me met ingehouden adem aan. Een paar monden hingen een stukje open. Ook de meester was erg geïnteresseerd in mijn diefstal. ‘Nou,’ ging ik verder, ‘ik heb laatst een klein stukje van een verhaal gestolen.’ Er klonk wat geroezemoes. Een stukje van een verhaal gestolen? Hoe dan?

Zo steel je een verhaal

Ik begon te vertellen dat ik een boek aan het lezen was en dat ik helemaal in het verhaal gezogen werd. Ik voelde al hoe het met personage zou aflopen en kon niet wachten om verder te lezen. Maar dat viel tegen. De auteur had blijkbaar een ander verhaal in zijn hoofd. En het boek eindigde anders dan ik had gedacht. Teleurgesteld bladerde ik terug naar de passage waar het verhaal, volgens mij, een andere wending had moeten krijgen. Mijn vingers begonnen te jeuken en ik begon verder te schrijven daar waar ik dacht dat het anders moest. ‘Maar… is dat dan stelen?’ vroeg een meisje.

‘Je mag natuurlijk niet het verhaal of een deel van een verhaal van iemand anders gebruiken,’ zei ik tegen haar. ‘Dat heet plagiaat. Maar ik was natuurlijk niet van plan om met mijn nieuwe versie naar een uitgever te stappen en er een boek van te maken. Ik had voor een deel een ander verhaal in mijn hoofd en dat moest eruit. Het was voor mij een fijne schrijfoefening. Want het was ook een schrijfoefening voor me. Om een goede schrijver te worden moet je heel veel schrijven. Daar leer je van. Waar je wel en niet goed in bent. Wat je wel en niet mooi vindt. En door dus een verhaal van iemand anders te gebruiken, werk je eraan om een betere schrijver te worden.’

‘Ik heb dan ook wel eens gestolen,’ reageerde een jongen achter in de klas. ‘Of eigenlijk heb ik dat heel vaak gedaan. Want ik hou ervan als verhalen slecht eindigen. Dat de slechterik wint. Ik heb dan een slecht einde in mijn hoofd waar er doden vallen en zo maar dan gebeurt dat niet. In mijn hoofd schrijf ik dan ook een ander einde.’ ‘En vind je dat leuk om te doen?’ vroeg ik hem. Zijn glimmende ogen zeggen alles. ‘Ja, heel leuk,’ zei hij.

Dit werd de schrijfopdracht

Ik stelde voor om met z’n allen een boek te veranderen. Want je kunt ook een boek veranderen dat je nog niet (helemaal) gelezen hebt. Je leest de eerste (twee) bladzijde(n) van een boek en bedenkt dan zelf hoe het verhaal verder zal gaan. Het was een groot succes. Het verhaal van de jongen achter in de klas liep natuurlijk slecht af. Zijn personage viel van een hoge berg naar beneden. Wel twintig meter. Het mooiste van alles was: elk verhaal eindigde anders en alle leerlingen inspireerden elkaar tot nog meer nieuwe verhalen.

Schrijfopdracht Verander jouw boek van Li Lefébure, 15 min, groep 3 t/m 8
De leerling mag nu eens zelf het einde (of een ander deel) van een boek bepalen! Schoolschrijver Li Lefebure heeft hier een leuke schrijfopdracht voor.

Benieuwd naar meer schrijfopdrachten? Ga naar 19 gratis lees- en schrijfopdrachten voor meer lees- en schrijfplezier thuis én in de klas

Blog
Binnen een uur een nieuwe taal leren? Schoolschrijver Simone Arts leert je hoe!

In dit blog vertelt Schoolschrijver Simone over het ontstaan van schrijfopdracht Ieps en hoe ze leerlingen daarmee op het puntje van hun stoel krijgt (met hulp van de meespelende leerkracht).

De klas binnenstormen

Het is eigenlijk heel simpel: je stormt groep 5 binnen en roept tegen de leerkracht ‘Wedden dat ik jouw groep binnen een uur een nieuwe taal kan leren?!’ 99,9% Van de leerkrachten reageert daar perfect op, is mijn ervaring, namelijk met hoog opgetrokken wenkbrauwen en een blik vol ongeloof. ‘Ik heb vijf jaar Duits gehad op de middelbare en ik snap er nog steeds geen Holz van. Hoe wil je mijn meisjes en jongens dan in één uur…?’ Je haalt je schouders op en knipoogt gezellig naar de kinderen, die je vast en zeker ook een beetje argwanend aan zitten te kijken. ‘Laat dat maar aan mij over.’

En dan begin je met je les.
Eerst vertel je over Joke van Leeuwen. Geef Joke van Leeuwen een potlood en ze begint te tekenen. Geef haar een penseel en ze schildert. Geef haar een podium en ze speelt toneel. Geef haar een woord en ze rijmt, associeert, componeert en construeert. Een lied, een gedicht een verhaal, een roman. In het Nederlands, Vlaams, Duits of Engels, ze kan het allemaal. Ze kan het zelfs… in het Ieps.

Het geheim van Ieps

In 1996 schreef Joke van Leeuwen het boek ‘Iep!’ Een ontroerend en tegelijkertijd vrolijk verhaal over de bijzondere vondeling Viegeltje die vol liefde opgevoed wordt door Warre en Tine. Warre en Tine willen Viegeltje natuurlijk ook leren praten, maar wat denk je? Viegeltje spreekt haar eigen taal! Viegeltjes eerste woordje is ‘iep’, Warre en Tine noemt ze niet ‘papa’ en ‘mama’, maar ‘piepie’ en ‘miemie’ en het etenstijd is, zegt ze zin te hebben in een ‘bietierhiemietjie miet piendiekies.’
Als je dit verteld hebt (en je hebt het boek laten zien en een stukje voorgelezen natuurlijk), is de vraag of iemand van groep 5 al begint door te krijgen wat het geheim van het Ieps is. 
Vraag een wijsneus (wiesnies) of hij of zij zich in het Ieps aan jou wil voorstellen. 
‘Hie hiet jiej? Hiellie, iek bien…’
Vraag ook waar hij of zij woont.
‘Wier wien jiej? Iek wien ien…’
De leerkracht van groep 5 blijft met klapperende oren en open gezakte mond in zijn rol, maar alle kinderen snappen nu wél wat de bedoeling is: alle klinkers vervangen door ‘ie’.

Op het schoolplein bleven ze Ieps praten

Ik deed deze opdracht een keer aan het eind van het schooljaar in een groep 4. De kinderen en hun meester waren zó enthousiast dat ze in de pauze op het schoolplein nog steeds Ieps met elkaar spraken. De rest van de school stond er raar bij te kijken, haha! Zie snieptien ier nieks vien. Maar het kan dus écht, binnen één uur een nieuwe taal leren. 😉

PS: Als je hele groep vloeiend Ieps spreekt en schrijft, kun je deze opdracht ook doen met de ‘oe’ of bijvoorbeeld met lange klanken. Voel ploezoer!

Schrijfopdracht Ieps praten van Simone Arts, 10-15 min, groep 3 t/m 8
Hoe lang houdt jouw klas het vol om tijdens de eerstvolgende online les Ieps te praten? Samen lol hebben gegarandeerd! Nog leuker: andere klassen uitdagen om ook mee te doen. De klas die het het langst volhoudt wint de prijs ‘Liengst Ieps prieten’.

Benieuwd naar meer schrijfopdrachten? Ga naar 19 gratis lees- en schrijfopdrachten voor meer lees- en schrijfplezier thuis én in de klas

Floris de Klerk versterkt het team als Online Marketing Specialist

Floris de Klerk is op 1 april gestart bij De Schoolschrijver als Online Marketing Specialist. Hij gaat zich richten op het vergroten van de online zichtbaarheid en vindbaarheid van De Schoolschrijver. Floris heeft een diverse achtergrond en de laatste 10 jaar veel ervaring opgedaan als copywriter, content marketeer en online marketing specialist.

Floris: ‘Het voelt een beetje als thuiskomen bij De Schoolschrijver. Voor mij spelen lezen en schrijven al van jongs af aan een belangrijk rol in mijn leven. Ik heb nu een dochtertje van twee en zij krijgt soms boekjes cadeau die ik vroeger ook had, zoals Sloffie Sleepboot. Ongelofelijk hoe ik die wereld dan meteen weer beleef! Daar begint het dus. Geweldig dat ik nu kan helpen dat plezier over te brengen.’