Nieuws
Schoolschrijver-column: Niet voor ouders

door Lydia Rood – Adnan  heeft Slaaf kindje slaaf gelezen, en nu is hij even de hoofdpersoon. Domingo bedenkt dat we haar Nanda kunnen noemen: zelfde letters.
‘Hoe oud ben je, Nanda?’ vraag ik.
‘Twaalf.’
‘Heb je al borstjes?’ vraag ik, want daar maakt Dolf Verroen een punt van.
De kinderen gieren, maar Nanda schudt gewoon van nee. Nanda heeft een slaaf gekregen voor haar verjaardag. Ze is blij met hem, vertelt ze, want dingen dragen n goed koken. Ze is ook blij met haar zweep.
‘Waarom?’
‘Dan kan ik hem harder slaan als hij iets fout doet.’

Adnans haar is zwart, zijn huid is donkerbruin, en hij heeft naar alle waarschijnlijkheid een tollie. Voor mij is het een verrassing dat hij zich liever als meisje laat interviewen dan als cadeautje. Maar mijn denken wordt gestuurd door zijn uiterlijk. Een fout die witte mensen wel vaker maken.

Kyara en Sharon willen het boek niet lezen. Zo racistisch! Maar Domingo zegt: ‘De schrijver is tégen slavernij, daarom schrijft hij het zo.’ En Dantrell vult aan: ‘Zo kun je weten hoe het vroeger is geweest.’

Ik wil weten waarom Nanda denkt dat haar slaaf niet wil lachen. Ze heeft geen idee. Anderen wel: ‘Omdat het een soort robot is.’ ‘Omdat hij als een ding wordt gebruikt.’

We hebben het eigenlijk over een stuk of drie, vier, boeken. Nee, vijf, want ik las het nog weer anders.

Levis heet vandaag Ali. ‘We gaan zwemmen, en ik scheld andere jongens uit voor homo.’ In de ik-vorm doet hij verslag van alle gebeurtenissen in Blijf van me af! – nou ja, bijna alle.

‘Wat deden jullie eigenlijk in de schapenschuur?’ vraag ik. Levis valt even uit zijn rol: ‘De vieze stukjes heb ik overgeslagen.’ Als ik vraag wie van de vier vrienden écht een homo is, valt hij stil.

In het verhaal dat ik ken is het Ali zelf die wordt uitgescholden voor zemel en boeler, en die ook inderdaad op jongens valt. Levis’ boek gaat anders. Want de hoofdpersoon in zijn eigen leven is hij zelf, en hij valt op meisjes. Nou ja, nu nog even niet.

Mike (of  Byran) vertelt van alles over zichzelf dat nergens staat geschreven. Net als in De groeten van Mike wil hij niet naar een pleeggezin, en hij legt het uit: omdat zijn moeder zijn moeder is. Ook al vindt hij het niet zo fijn dat hij soms flessen moet verstoppen, en ook is ze soms helemaal dronken (‘starnakelzat’, gooi ik er tegenaan). Jeugdzorg is zijn vijand.

Wie kent er iemand die verslaafd is? Bijna alle kinderen wel. Drank, gamen, eten, zowat alles komt voorbij, inclusief een aan televisie verslaafde oma.

Aan het eind van de dag besef ik dat we het op één ochtend – taf, taf, taf, taf! – hebben gehad over slavernij, homoseksualiteit, verslaving, uithuisplaatsing, gewoon in groep 5 en 6. Heb ik niks voor hoeven doen; de boeken hadden ze zelf uitgekozen.

Maar ik ben wel blij dat niet álle ouders over de schouders van hun kinderen meekijken.

***

Lydia Rood was de allereerste Schoolschrijver; dit schooljaar Schoolschrijver op basisschool De Knotwilg in Amsterdam Zuid-Oost.