Nieuws
‘Geen poppetjes maar karakters’

Sanne van Heijst (adviseur van Cubiss, partner van De Schoolschrijver in Noord-Brabant)) volgt een half jaar lang groep 7 van basisschool De Muldershof in Beek en Donk tijdens hun lessen van Schoolschrijver Peter Vervloed en bericht daarover in een serie blogs. Dit is deel 5.

door Sanne van der Heijst – Groep 7 van BS De Muldershof in Beek en Donk heeft vandaag een verrassing voor hun Schoolschrijver. Jay heeft een stapel oude Donald Ducks te leen. In een exemplaar uit 1994 kwam hij ineens een bekende naam tegen. ‘Dat is nou leuk,’ zegt Peter en houdt de bladzijde met zijn verhaal omhoog, zodat iedereen het kan zien. Bij het verhaal staat een grote afbeelding van een tijger. Peter vertelt hoe dat in zijn werk ging. Hij kreeg van de redactie van de Donald Duck een envelop vol tekeningen toegestuurd en mocht er drie uit kiezen en daar een vervolgverhaal bij bedenken. Voor zijn eigen boeken gaat het anders: daar mag hij meestal uit drie illustratoren kiezen. En zo komen we bij het onderwerp van vandaag: een verhaal illustreren.

Illustreren is een kunst, laat Peter zien aan de hand van een afbeelding bij zijn nieuwste, nog te verschijnen boek. Daarop staat een vrolijk meisje, gekleed in een roze shirt met een hart, spijkerbroek en bruine laarsjes. ‘Wat is er met dit meisje aan de hand?’ vraagt Peter. Fen steekt zijn hand op: ‘Het is een Downie.’ ‘Juist,’ zegt Peter. ‘Knap van die illustrator, hoe ze dat met een paar lijnen duidelijk maakt.’ Dan vertelt hij een anekdote over zijn zoon, die ooit aan een illustrator van zijn boeken vroeg: ‘Kun jij ook een poppetje tekenen?’ Waarop de illustrator zijn map met tekeningen tevoorschijn haalde, die liet zien en een beetje streng vroeg: ‘Zijn dit nu poppetjes?’

Peter haalt het populaire kinderboek De Gorgels van Jochem Myjer tevoorschijn. Dan pakt hij zijn accordeon erbij en zingt met de klas het lied De Blauwbilgorgel, naar het beroemde gedicht van Cees Buddingh’ uit 1943:

Ik ben de blauwbilgorgel,
Mijn vader was een porgel,
Mijn moeder was een porulan,
Daar komen vreemde kind’ren van.
Raban! Raban! Raban!

De klas wordt in groepjes van elk vier kinderen verdeeld, die samen een ‘studio’ vormen. ‘Geachte illustratoren,’ zegt Peter. ‘Ieder van jullie gaat een van de vier strofen van De Blauwbilgorgel illustreren. Dus begin met samen bepalen hoe de Blauwbilgorgel eruit moet zien. En denk eraan: geen poppetjes maar karakters!’

De kinderen gaan aan de slag met schetsen. Peter loopt door de klas. ‘Kijk, dit vind ik nou mooi,’ wijst hij op de tekening van Puck, ‘die blauwe billen tekent natuurlijk iedereen. Maar die van jou heeft een punthoofd.’