Blog
‘Elke schrijver zit verstopt in zijn verhaal.’

Sanne van Heijst (adviseur van Cubiss, partner van De Schoolschrijver in Noord-Brabant)) volgt een half jaar lang groep 7 van basisschool De Muldershof in Beek en Donk tijdens hun lessen van Schoolschrijver Peter Vervloed en bericht daarover in een serie blogs.

door Sanne van der Heijst – ‘Selamat pagi,’ begroet Schoolschrijver Peter Vervloed zijn klas. De leerlingen van groep 7 van basisschool De Muldershof in Beek en Donk kijken verrast op.
‘Zo zeg je “goedemorgen” in Indonesië,’ legt hij uit. In een adem vertelt hij door: over een toverachtig mooie baai op Bali, waar vissers nadat de zon is ondergegaan de olielampjes op hun boten ontsteken, zodat de donkere nacht gevuld is met schommelende lichtjes. Als de vissers de wijde zee op varen zingen ze een lied waarmee ze vragen om een goede vangst. Peter zingt het lied en begeleidt zichzelf erbij op de trommel. ‘Pakken jullie je peddel maar eens,’ zegt hij tegen de kinderen. ‘Dan voel je dat dit liedje precies gebouwd is op het ritme van het roeien.’
De leerlingen graaien onder hun tafels, alsof hun peddel daar inderdaad al die tijd heeft liggen wachten. Al snel peddelt, zingt en trommelt de klas uit volle borst mee. Het is kwart voor tien ’s ochtends, buiten is het waterkoud, en wij zijn even op Bali.

Het lied van de vissers is een introductie op het onderwerp van vandaag: schrijven over voorwerpen. Je lievelingsvoorwerp, om precies te zijn. Peters eigen lievelingsvoorwerp is een ring met het olifantenhoofd van de god Ganesha. Alle vissers in Bali hebben een afbeelding van hem op hun boot; hij is hun beschermheilige. Peter leest een kort verhaal voor dat hij schreef over zijn ring. Daarna is het de beurt aan de leerlingen.
Maar voor ze aan het schrijven gaan, laat hun Schoolschrijver ze eerst even ‘overliggen’: ‘In Suriname weten kinderen dan precies wat ik bedoel.’ De klas laat zich voorover op tafel zakken, ogen dicht, hoofd rustend op de armen. Hij pakt een fluit erbij: ‘Terwijl ik een muziekje speel, groeit in jullie hoofd het idee van jullie lievelingsvoorwerp.’

Als de kinderen klaar zijn met schrijven, stelt Peter ze gerust: ‘Dat viel niet mee, hè. Maar ik moet jullie bekennen: schrijven valt nooit mee. Als je ooit een schrijver tegenkomt die zegt dat hij achter zijn computer ging zitten en zijn verhaal in een keer goed opschreef, moet je zeggen: Je liegt.
‘Leerlingen zijn vaak erg bezig met of ze het goed of fout doen,’ legt hij me later uit. ‘Ik wil ze vooral laten weten dat er geen goed of fout bestaat als het om schrijven gaat.’

Dan mag Isa naar voren komen om voor te lezen over haar lievelingsvoorwerp, een knuffelgiraf. Ze vertelt dat hij Allie heet, maar dat zij hem Allie Illie Gallie heeft genoemd. Ze kreeg hem voor haar geboorte. Hij was geel maar ze heeft er zoveel mee geknuffeld, dat hij inmiddels kale plekken vertoont.
‘Dank je,’ zegt Peter. ‘We zien je giraf helemaal voor ons. En we zien Isa in dit verhaaltje. Want elke schrijver zit verstopt in zijn verhaal.’

Aan het eind van de les is het tijd voor de boekentips van Peter. Want wie wil schrijven, moet vooral veel lezen. Met leesconsulent Esther Göring van bibliotheek De Lage Beemden stelde hij een boekenkist samen, speciaal voor deze klas. De boekenkist is een vast onderdeel van het Schoolschrijvertraject. Groep zeven slaat terug van Jacques Vriens is Peters tip voor deze week. Plus twee van zijn eigen boeken: Reis door Suriname en Rood kleurde de rivier, over de twee landen die vandaag in zijn les aan bod zijn gekomen. Een verrassing heeft hij ook. Iedereen krijgt een echte Schoolschrijvermap, om het eigen schrijfwerk in te bewaren.
‘Dat wordt jouw boek,’ zegt Peter.
‘Wow, cool,’ fluistert de klas.