Hoe Faissal in de gevangenis belandde en andere verhalen
Goed nieuws van de Slootermeerschool vandaag: juf Christel vertelt dat de kinderen in haar klas lezen steeds leuker beginnen te vinden. Laatst waren er tien minuten over voor de bel ging. Toen vroeg Mimoune uit zichzelf: ‘Mogen we stil lezen, juf?’ Het mocht en de laatste tien minuten was het doodstil in de klas. Dat was vroeger wel anders. Toen vonden sommige kinderen lezen maar saai. Maar groep 5A denkt daar nu heel anders over.
Zelf merk ik het ook. De kinderen van groep 5B bijvoorbeeld begrijpen precies hoe het zit met de boeken die ik bij me heb. Dat zijn er veel en ze zijn ook nog eens heel verschillend: De middag van Mimoen, een vrolijk verhaal over een jongen die een baby vindt op het strand. De papa-tijd, over drie broers die met hun papa het hele huishouden doen (en daarbij veel moeten klimmen, vechten, rennen en spelen). Slaaf kindje slaaf, over een meisje dat een jongen op haar verjaardag krijgt. Verdwijnkind, over een illegale schoonmaker die een achtergelaten baby mee naar huis neemt. En dan hadden we ook nog dat rare boek Griezelen met Lucebert van vorige week. Wat hadden al die verhalen gemeen? Waarin lijken ze op elkaar?
‘Ze gaan allemaal over verdriet’, zegt Hatiçe. Andere kinderen helpen haar: ‘Over kinderen die ongelukkig zijn.’ ‘Over kinderen die kwijt zijn.’ ‘Over ouders die kwijt zijn.’
En zo zorgen Hatiçe, Dina, Ilias, Mohamed, Fatima, Erol en Chams dat de andere kinderen begrijpen dat niet alle verhalen alleen maar spannend of grappig zijn. Soms word je er heel verdrietig van.
Kennen ze zelf ook zulke verdrietige verhalen? Alle kinderen gaan erover nadenken en volgende week sturen ze me misschien wel wat op. Ik had de afgelopen week al héél veel post, want in groep 5A hadden ze zich het rambam geschreven. Ik kreeg verhalen van Garai (eng en droevig), Roumaysa (spannend en echt gebeurd), Selinay (spookachtig), andere Rouamysa (griezelig en heel spannend geschreven), Ahlam (over een voodoopop en een zusje in stukjes), Abdessamad (spannend en vol actie) en Marijke (huiveringwekkend en bijna zonder fouten). En toch heb ik er nog niet genoeg van! Nu hoop ik op verhalen die echt gebeurd zijn, of echt gebeurd kúnnen zijn. Ze mogen best droevig zijn, want het echte leven is ook niet altijd leuk.
We hebben toch niet de hele dag zitten snikken en snuffen. Want de kinderen hebben me getrakteerd op prachtige toneelstukjes over zielige kinderen. Sommige werden als slaaf verkocht. Anderen belden aan omdat ze geen huis hadden, en dan werden ze zomaar weer de kou in gestuurd. Anne speelde een baby die om de een of andere reden werd achtervolgd door het ziekenhuis. Saloua vertelde heel mooi over de jongen (Garai) die zijn vader Jewaad en zijn moeder Chaimae terugvond in het bos.
Abdessamad zingt als een merel terwijl hij het ziekenhuis aanveegt. Bouthayna redt Derya van de hongerdood en zet haar onder de douche. Bilge krijgt een slaaf cadeau die nergens antwoord op geeft (Emre). ‘Hij was in de aanbieding’, zegt Armaghan en de klas ligt dubbel.
Maar het mooiste toneelstuk was van Faissal, Sabah, Pranash en Innema. Het ging zo:
Innema, een arm zwerfkind, komt langs bij het koninklijk paleis. Sabah en Pranash, op hun troon, willen haar niet binnenlaten, ook niet als ze heel zielig smeekt. ‘Je mag wel blijven’, zegt Sabah, ‘maar alleen als slaaf.’ Zo blijft Innema in het paleis en ze doet alle rotklusjes voor de koninklijke familie. Maar opeens komt Faissal langs. ‘Ik kom mijn zusje ophalen. Mama zegt dat we moeten eten.’ ‘Maar ik ben een slaaf!’ zegt Innema kleintjes. ‘Je krijgt haar niet’, zegt koning Pranash. ‘Wel! Het is mijn zusje!’ zegt Faissal brutaal. Dan laat de koning hem in de gevangenis gooien. Gelukkig weet Faissal te ontsnappen. Hij bevrijdt zijn zusje Innema en ze krijgen een daverend applaus.
Ik heb de smaak te pakken. Ik ren naar de aula, waar de jongste kinderen al op me zitten te wachten, in een reusachtig grote kring. Weer doen we een toneelstuk, niet over Roosmarijn, maar over Azra, die een grapje met haar moeder uithaalt. Die moeder ben ik en ik val op mijn dikke billen op de grond. Daar moeten we allemaal om lachen, want het was expres natuurlijk.
Ik word bedankt voor de briefjes die ik op het bord heb gehangen. Maar ik zeg: ‘Jullie bedankt, voor alle mooie tekeningen en brieven.’
En dat geldt voor de hele school, ook voor de meesters en juffen: ontzettend bedankt dat ál jullie kinderen meedoen met de Schoolschrijver!
