Een enge opa, een onzichtbaar kind en een zwevende geest
Juffen en meesters hebben oren op steeltjes en ogen als schoteltjes. Ze zien alles en horen alles. Maar tijdens de Schoolschrijveruurtjes houden ze zich meestal heel stil. Ze bemoeien zich nergens mee. (Vooral juf Nanda is daar een kei in.) Sommige juffen vinden misschien dat het rommelig toegaat als ik er ben. Anderen houden daar misschien juist wel van. Soms zien ze iets dat ik niet zie - bijvoorbeeld dat er een beetje ruzie is tussen twee kinderen. Vaak helpen ze me omdat ik niet alles tegelijk kan.
Maar wát zien de juffen en meesters? Wát horen ze? Vandaag laat ik drie juffen van de Louis Bouwmeesterschool aan het woord. Juf Mavis schrijft over groep 7, juf Cynthia over groep 5 en juf Nanda over groep 6. En de meesters dan? Die hadden het ook druk. Meester Thierry, meester Iwan en meester Steven gingen vandaag met een groepje kinderen mee de klas uit om... Nee, dat vertellen de juffen wel.
Groep 7a en 7b zitten bij elkaar. Lydia heeft voor de les de verhalen van Tara en Priti gelezen. Ze vindt dat deze kinderen een talent hebben om te schrijven. Ze is echt onder de indruk. Een groep kinderen mag een toneelstuk voorbereiden. Wie? Ze begint met een terugblik en vraagt wie nog genoeg weet over het boek van vorige week: Griezelen met Lucebert, over een kind dat van zijn ouders bij zijn enge opa moet logeren. Umair kan het goed vertellen. Hij mag met een groepje naar de klas van meester Thierry. Zij gaan een toneelstuk bedenken over dat boek vol griezelige grote mensen.
Intussen laat Lydia andere boeken zien: De papa-tijd, De middag van Mimoen, Verdwijnkind en Slaaf kindje Slaaf. Ani mag over het boek over Mimoen vertellen, want dat heeft ze gelezen. Het is heel knap van Ani, want ze is pas een jaar in Nederland. Ze kwam op 25 augustus 2010 in groep 6. Lydia is verbaasd als ze dat hoort, want Ani praat al erg goed Nederlands.
Daarna mag Hatim over het boek De papa-tijd vertellen. Dat gaat over kinderen die hun papa moeten helpen omdat hun moeder niet thuis is. Hatim heeft het heel goed verteld. Farah vult nog een beetje aan. Een andere jongen vertelt over het boek Slaaf kindje slaaf, want hij kent dat verhaal. Hij geeft een goede samenvatting. Dan leest Lydia voor uit Verdwijnkind en Slaaf kindje slaaf. De kinderen luisteren aandachtig. Dat blijkt wel, want als Lydia er vragen over stelt, geven ze de goede antwoorden.
Het is tijd voor het toneelstuk. De kinderen die het hebben voorbereid komen terug. Ze spelen het geweldig, Lydia is echt onder de indruk. Omar, die de opa speelt, heeft het heel spannend gehouden. De klas moet erg om hem lachen.
Dan stelt Lydia de vraag: waar gingen nou ál deze verhalen over? Kun je zeggen wat de overeenkomst tussen al die verhalen is? Ouiam en Danitcha kunnen het. Ze hebben in één zin goed verteld dat de kinderen eenzaam zijn en geen liefde krijgen.
Het was een leerzaam uurtje. De leerlingen worden gestimuleerd om te lezen en verhalen te schrijven.
Dat was juf Mavis. En nu juf Cynthia:
Wie kan navertellen waar Griezelen met Lucebert over gaat? Amine, Devanisha, Gurpreet, Safae, Nassim en Ayoub komen voor de klas. De kinderen weten heel goed (na een week!) te vertellen waar het verhaal over gaat. Zij mogen met meester Iwan een toneelstuk oefenen. Maar eerst krijgen ze nog een uitleg over: *) hard genoeg praten, zo dat het publiek alles kan verstaan. *) naar het publiek praten *) zorgen dat het interessant is (en kopjes thee zijn niet zo interessant).
Lydia gaat voorlezen uit Slaaf kindje slaaf van Dolf Verroen, over de twaalfjarige Maria. Zij krijgt voor haar verjaardag: een jurk met een strak lijfje, witte schoenen met hakken, een parelketting en een slaaf, Koko. De kinderen die in de klas zijn achtergebleven luisteren en maken intussen een tekening aan de hand van het verhaal.
En ten slotte juf Nanda.
Monique van stichting De Schoolschrijver is er vandaag bij. Ze is geen spion, maar ze kijkt toe en heeft, zegt Lydia, daarbij haar eigen gedachten. Vandaag is Lydia veel van plan. Een toneelstuk (niet iedereen kan meedoen) over het boek Griezelen met Lucebert. Renee vat het kort samen. Soraya, Furkan, Defaintly, Madusu en Wah vullen het aan. In het verhaal zat een flashback, zegt Wah, een stuk droom uit het verleden. De genoemde kinderen gaan een toneelstuk maken met meester Steven. Ze gaan zelf een spannend verhaal bedenken. Verhalen moeten een kop, een buik en een staart hebben, zegt Lydia, en ze legt uit wat ze daarmee bedoelt.
Ibtissam vertelt waar het boek Verdwijnkind over gaat, want dat heeft ze gelezen. Lydia Rood leest er uit voor. De klas luistert. Alleen Nabil en Marcelencio zitten omgedraaid en kijken boos. Diego zit steeds heel rustig te tekenen, hij luistert volgens mij goed. Luistert Nadir wel mee? Ik zie hem niet reageren op vragen, maar hij zit wel heel rustig. Het gaat over Jabba, die alleen op de wereld is. De kinderen hebben medelijden met hem, omdat hij stiekem de grens over is gekomen en geen goed werk kan krijgen. Hij gaat voor Biko zorgen, een kind dat soms onzichtbaar wordt.
Lydia vertelt dat ze zelf een onzichtbaar kind heeft, net zo groot als zij. De hoofden in de klas schieten omhoog! ‘En mijn man kan zich expres onzichtbaar maken.’ Je ziet het ongeloof en de verbazing. ‘Neem je je kind de volgende keer mee?’ ‘Nee’, zegt Lydia, ‘want ze is er vorige keer al bij geweest. Hebben jullie haar niet gezien?’ De klas vindt het griezelig. Zat die onzichtbare dochter van Lydia vorige week echt in de klas?!
Het toneelstuk begint. Madusu is de heks van de doden! Wah moet drie opdrachten doen. Voor elke opdracht krijgt hij een letter. De eerste letter, die hij moet halen bij twee gekke vrouwen, is een O. Opeens verschijnt er een zwevende geest: ‘Goed gedaan, kleinzoon!’ De tweede letter is een M, die verovert Wah op een kannibaal. En zijn derde opdracht is de gekke vrouwen weer normaal toveren. Het blijken Soraya en Defaintly te zijn. Wah krijgt de letter O. Nu heeft hij O, M, A: oma. Hé, dat was Renee, die prachtige geest! Wah moet drie keer ‘oma’ zeggen met de hand boven Madusu, de heks van de doden. De heks valt dood neer.
Er wordt heel hard geklapt. Lydia kan bijna niet geloven dat de kinderen het verhaal echt zelf verzonnen hebben.
‘Wat waren de overeenkomsten tussen alle boeken?’ vraagt Lydia. De vingers schieten omhoog. ‘Een kind is de hoofdpersoon.’ ‘Ze zijn alle drie eng.’ ‘Ze kunnen alledrie echt gebeuren, ze zijn behoorlijk echt.’ ‘In alle boeken worden kinderen gestraft.’ ‘Als je meeleeft in het verhaal, wordt het echt.’ ‘In alle drie heeft een kind geen moeder of ouders.’
Wie heeft zelf wel eens het gevoel gehad dat hij of zij niets aan zijn ouders had, dat hij zichzelf helemaal alleen moest redden? Er gaan verschillende vingers omhoog, ook die van Lydia. ‘Daar zou je de komende week een verhaal over kunnen schrijven. Veel verhalen beginnen met iets droevigs, iets rots, bijvoorbeeld met eenzaamheid.’ Lydia vraagt de klas om daar thuis een verhaal over te schrijven. Het moet niet, het mag!
