Een besmettelijke gekte

Het was de laatste dag van de Schoolschrijver. De kinderen van de groepen 7 waren vol verwachting, want ze hadden heel mooie verhalen ingeleverd. En ook de groepen 5 en 6 hadden hun best gedaan. Het ene verhaal was nog mooier dan het andere. Maar de Schoolschrijver las ze niet voor. Ze was het hele pak verhalen kwijt. 

‘Het komt zó wel goed’, zei ze. ‘Ik heb ze hier ergens, dat weet ik zeker.’ En ze begon in haar tas te graven. ‘Denk niet dat ik jullie verhalen niet bij me heb.’ Het klonk zenuwachtig, alsof de Schoolschrijver jokte. ‘Ik heb ze thuis gelezen, echt. Heel bijzonder. Vooral dat verhaal van die weesmeisjes die zombies voor hun ouders aanzagen. En uiteindelijk gingen ze mee naar de Noordpool...’ ‘Nee!’ riep Chaima. ‘Mijn verhaal liep heel anders af!’ ‘En mijn verhaal begint heel anders!’ zei Divine boos. 

‘Weet ik. weet ik toch’, mompelde de Schoolschrijver haastig. ‘Ik bedoelde ook dat verdwaalde vlindertje. Een koolwitje was het geloof ik. Ze verdwaalde in het oor van een konijntje... Een héél mooi verhaal. O ja, en Vlindertje was de beste vriendin van Nelson Mandela.’ ‘Je haalt alles door elkaar!’ zei Romaissa. ‘Jij vindt je eigen verhalen zo geweldig. Maar die van ons, daar heb je helemaal geen respect voor!’ 

De Schoolschrijver werd rood. ‘Jawel, jawel. Juist wel! Dat verhaal van Amber, weet je wel, over Youssra die danste als een ezel...’ Dat pikte Youssra niet. ‘Andersom!’ 

De Schoolschrijver luisterde niet. Ze gooide papieren alle kanten op en praatte onderwijl door alsof de kinderen er niet waren. ‘Ik heb hier ook nog ergens een verhaal van Anne Frank. Wie van jullie heet ook alweer Anne Frank? Ik haal jullie namen altijd door elkaar. Waar zit Jade? Want ik wil niet dat jullie steeds gummen op haar gooien.’ ‘Maar Jade is verzonnen!’ zei Ummu. De Schoolschrijver hoorde haar niet. 

‘En weet je van die jonge wolf, Roos, die voetballer wilde worden? Dat gebeurde in Vindioland. Waar Saskia de Paskia vandaan komt - ja, zo was het.’ Abu en Kubra keken elkaar aan. Hischam wees op zijn voorhoofd. Ryshandro grinnikte. ‘Hoor eens’, zei de Schoolschrijver geprikkeld, ‘ik weet best waar ik het over heb. Krijger Robbin en zijn hond Snuffel kruipen in de kleerkast en dan gaan ze samen wormen eten... Ja, dat verhaal heb ik in mijn map, ik weet het zeker. Maar ja, nou is die hele map kwijt!’ 

Er brak een geschreeuw los in de klas. Alleen Leroy en Hatim verstonden nog wat de Schoolschrijver allemaal mompelde, want zij zaten het dichtste bij. Hatim stond op. Hij ging op een stoel staan, vouwde zijn handen om zijn mond en toeterde: ‘Is er echt een verhaal over krijger Robbin en zijn hond Snuffel? En eten ze wormen?’ Achter in de klas schudde Farah droevig haar hoofd. En Divine liep de klas uit, zogenaamd naar de wc. Hischam ging op zijn armen liggen en deed of hij sliep. Wat had je nou aan zo’n Schoolschrijver die alles door elkaar haalde? 

‘Zo is het wel genoeg, Hatim’, zei de Schoolschrijver luid. De klas werd stil. ‘Op het schoolfeest’, zei de Schoolschrijver, ‘het feest waar Yasmin en Sasha met hun mooie jurken komen, daar ga ik jullie verhalen voorlezen. Tegen die tijd heb ik ze wel gevonden. Afgesproken? Mooi, zo doen we het.’ Ani was de enige die knikte. De rest van de klas keek ontevreden. Priti stak haar vinger op, want ook als ze boos was, bleef Priti netjes. ‘En mijn verhaal?’ vroeg ze. ‘Over de gemene oppas? Heb je dat soms ook kwijtgemaakt?’ 

‘Natuurlijk niet’, zei de Schoolschrijver. Ze keek beledigd. ‘Ik maak nooit iets kwijt. Alleen, meisje, eh, jouw naam. Mooie vlechtjes trouwens. Ik denk niet dat jij in mijn schrijfklas komt. Of juist wel? Dinges - eh... ik ben het even kwijt.’ De klas loeide. De Schoolschrijver keek naar de juf, alsof ze hulp verwachtte. Maar de juf keek uit het raam. Expres, dat zag je zo. Zelfs de liefste juf wordt pissig als je aan haar klas komt. De stem van de Schoolschrijver klonk steeds hoger, en ze liep paarsrood aan. ‘Eén ding weet ik wel’, zei ze. ‘Ergens in deze klas zit een dapper vogeltje. Heet ze niet Imane? Ze heeft een verhaal geschreven over drollenmonsters. Getver. Die wil ik niet in mijn schrijfklas, hoor!’ Omar stak zijn vinger op, maar de Schoolschrijver deed of ze het niet zag. Dat deed ze trouwens wel vaker. ‘Ik kan die nerd toch niet elke keer een beurt geven’, hoorde Hatim haar mompelen. ‘Hij is ook hartstikke sterk en alle jongens zijn jaloers op hem. Omdat Omar de vader van Amber is natuurlijk. Of was hij nou de opa?’ 

Hatim begon te vermoeden dat hun Schoolschrijver hartstikke gek aan het worden was. Hij wenkte Abu. Ze gingen elk aan een kant van de Schoolschrijver staan. Die graaide nog steeds in haar tas en papieren dwarrelden op de jongens neer. ‘Eén, twee, drie!’ zei Abu en toen pakten ze de Schoolschrijver elk bij een arm en droegen haar de klas uit. De Schoolschrijver keek blij. ‘Dansen! Leuk! Dans je mee, Priti?’ 

Priti keek verbaasd op, maar Tara fluisterde: ‘Dat komt uit mijn verhaal. Ze is echt gek geworden. Weet je, ik hóef niet eens in die schrijfklas!’ ‘Maar je moet!’ krijste de Schoolschrijver door de open deur. ‘Jullie zijn zulke waanzinnig goede schrijvers! Ik wil jullie allemáál! De schrijfklas is op de Noordpool, goed onthouden. Het is daar heel stoffig. Maar pas op dat de haai je niet opeet.’ 

De klas brulde van het lachen. Maar Danitcha zei: ‘Hou op met pesten! Weet je hoe erg dat is? Straks durft ze niet meer op school te komen!’ ‘Straks komt er nog oorlog van’, zei Ali. ‘Ze lijkt wel een verwarde heks’, zei Chaima. ‘Misschien kan ze zichzelf weer normaal toveren?’ ‘Ik stuur ridder Thomas wel even langs op zijn paard’, zei Umair. 

Op slag werd de hele klas stil. Ze staarden van Umair naar Chaima en weer terug. De juf keek niet langer naar buiten. Ze keek de kinderen één voor één aan. Toen knikte ze langzaam. 

‘Wie?’ vroeg ze. ‘Wie durft het hardop te zeggen?’ Umair wachtte even met zijn vinger op te steken. Maar toen niemand het deed, moest hij wel. ‘Wij hebben het ook, juf’, zei hij. ‘Wij hebben zelf ook de verhalengekte. Het is dus besmettelijk.’ 

Meester Thierry sprong op. Zijn stoel viel om. ‘Groep 7B, onmiddellijk meekomen. Ouiam, Tugce, Naela, Younes en Quinty, jullie zijn nog niet besmet. Seher, Emre, Mert, ren voor je leven! De kinderen die zijn uitgekozen voor de schrijfklas: hier blijven. Ik moet die enge ziekte niet in mijn lokaal. De anderen volgen Ouiam en Younes. Nu!’ Het werd een enorm gedrang toen groep 7B het lokaal uit probeerde te komen. 

Nu kwam ook juf Mavis in actie. ‘Hamza, Marouane. Ren achter de Schoolschrijver aan en zeg dat ze nóóit meer terugkomt. Nóóit meer, hoor je? We willen haar niet meer zien. En de schrijfklas, jullie gaan in quarantaine. Apart in een hok met de deur op slot. Die ziekte gaat nooit meer over. Straks besmetten jullie iedereen nog! Vooruit, wegwezen. Op deze school hoort de verhalengekte niet thuis!’ 

Met lange gezichten en hangende schouders verlieten de kinderen die de beste verhalen hadden geschreven het lokaal. Het was een trieste stoet. Verbannen. Uitgestoten. Aangetast door de verhalengekte... voor altijd. ‘Geeft niet’, fluisterde Insaf tegen Beyza. ‘Het loopt goed af, ik voel het.’ 

Later stond in de schoolkrant het volgende bericht: Pas op voor de schrijfklas! Deze kinderen lijden aan de hoogst besmettelijke verhalengekte! 

Hun namen zijn: Tara, Priti, Imane, Romaissa, Chaima uit 7A, Farah, Sema, Insaf uit 7B. 

Yeliz, Soraya, Defaintly, Ajoub, Ibtissam uit groep 6. Kaan, Amin, Davenisha, uit groep 5. Mueez, Amin uit groep 5 schakel. We wensen ze veel sterkte.