Over haring en heel veel voorlezen

Een informeel discussiemoment over voorlezen. Dat wilde ik in de Koffiekamer op de Anderlechtlaan voor elkaar krijgen en volgens mij lukte dat aardig.

Tussen de boterhammen met pindakaas, haring(!) en een aantal tosti’s door, praatten we met veel leraren (waren er nou meer dan twintig? Hoera!) over allerlei zaken van en rondom het voorlezen in de klas. Wie leest er voor? Hoeveel? Waarom? Vind je het leuk? Waar let je op bij het voorlezen? Hoe kies je de boeken uit? Zijn er voorleesregels?

Binnen no time ontstond er een levendige discussie over hoe je het voorlezen aanpakt, wat wel kan en niet kan, hoe kinderen reageren, hoe dat zit met concentratieverslapping en het wel of niet laten zien van plaatjes.

Ik was blij om te horen dat iedereen eigenlijk wel voorlas in de klas en ook iedereen het belang van voorlezen inzag. Ja, natuurlijk schiet het er wel eens bij in en is voorlezen iets waar vaak als eerste door een juf of meester op wordt bezuinigd (‘jammer, want wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een half uur lezen per dag zeer positief bijdraagt aan de kinderontwikkeling van alles!’ riep ik) maar we concludeerden wel met z’n allen dat voorlezen belangrijk en vooral ook heel erg leuk is.

Aanstaande donderdag (3 november) kom ik weer op de Anderlechtlaan en mag dan onder andere jureren voor de binnenschoolse voorrondes van de Nationale Voorleeswedstrijd. Spannend!