Zóóó grappig
Op de derde woensdag vroegen we ons af hoe een verhaal nou eigenlijk begint. In alle drie de groepen 5 hebben we elkaar openingszinnen en -alinea’s voorgelezen. Bij sommige verhalen kregen we meteen een hele plens regen over ons heen, bij andere lagen we in ons warme bed en hoorden we de wind aan het rolluik morrelen. Jammer genoeg, klonken er wel enge voetstappen op de gang … Ook kwamen we in Rome, waar onze vingers bijna afgebeten werden en even later konden we aanschuiven aan het ontbijt van drie beren. De beginzin van dat verhaal kwam ons wel heel bekend voor … Er waren eens … Hadden we dat niet vaker gehoord?
In de komende week gaan we nadenken over het begin van onze eigen verhalen. Regent het, stormt het, is het bloedheet? En kun je daar wat mee? Nidal was wel voor storm, want dan konden we onze schoolreis dramatisch laten beginnen met een vette tak op de bus, waardoor die meteen onklaar was. Mooie cliffhanger…
En waar zijn we aan het begin van het verhaal? Op de voetbalclub? In een ver buitenland? Of gewoon thuis? Enne … over wie gaat het verhaal eigenlijk?
We hebben de prachtigste voornamen bedacht voor onze hoofdpersonen: Violet, Tes, Richano, Jasmine, Mohammed… Nee, aan de namen zal het niet liggen. Maar wat zijn dat voor kinderen? Zijn ze een beetje aardig of zijn het valse krengen en pestkoppen? En hoe zien ze eruit?
Opnieuw doken we in onze boeken om te kijken of we daar misschien bruikbare types tegen zouden komen. En jawel, al gauw duwde Sevda haar vreemde vriendin Hag naar voren met het raarste kapsel, dat je ooit hebt gezien: twee lage vlechten met twee hoge staarten daarboven. Tarik bracht Klein Duimpje mee, die … ja, dûh … heel erg klein is, maar ook altijd zwijgt, waardoor iedereen denkt dat hij DOM is. Terwijl hij juist SLIM is. Kijk, daar heb je wat aan. Zulke hoofdpersonen willen wij ook wel!
Of die grappige drieling, waarvan de eerste nogal bazig is, de tweede dik en rond (terwijl ze Spriet heet!) en de derde snel en mager. Mmm, misschien kunnen wij ook wel een drieling kwijt in ons verhaal. Plaats genoeg!
Bij juf Ebru wilde Murat ons heel graag voorlezen uit De griezels, omdat dat zóóó grappig was. Hij stond zelf voor de klas al luid te grinniken, toen wij nog geen woord gehoord hadden. Natuurlijk werden wij steeds nieuwsgieriger! Murat begon en telkens riep hij: ‘Straks komt het, straks komt het!’ En daar had hij gelijk in. Toen mevrouw Griezel uiteindelijk opsteeg aan een tros van wel vijftig ballonnen lag de klas in een deuk. Reken maar dat wij eraan gaan werken dat onze verhalen ook zóóó grappig worden!


