Willen jullie thee?
Deze keer moest er in de drie groepen 8 hard geoefend worden voor de presentatie van volgende week. In de klas van juf Marja waren de kinderen heel benieuwd wat ze nou toch met die bamboestokken moesten. Eén van de kinderen wist te melden dat panda’s daar dol op zijn. Ik maakte er gauw gekleurde vlaggen van, zodat we aan de slag konden.
Nermin, Beyzanur en Jamairo kwamen voor het bord en lazen samen het beginstuk voor. Nidal zat meteen rechtop, want hij herkende een idee van zichzelf in de tekst… ‘Dat heb ik gezegd!’ En daar had hij gelijk in. Hij had het geopperd en het was door iemand anders opgeschreven.
De groep van meester Jos ging meteen het gymlokaal in om te oefenen met de vlaggen en met het voorlezen. De groepjes bij meester Jos hebben ieder een eigen kleur en de vlaggen hadden precies dezelfde kleuren. Was dat even handig! Rumeysa en Nora verzorgden de opening. Rumeysa las het beginstuk van het verhaal mooi op toon voor en Nora deed het stukje daarna, waarin ze het publiek vraagt waar ze naartoe willen: naar het beestjesverhaal van het groene groepje of naar het auto-in-de fik-verhaal van het rode groepje of naar één van de andere verhalen.
Vervolgens gingen de groepjes ieder met hun eigen vlag uit elkaar: vier groepjes zochten een hoek van het lokaal op en één groepje zat in het midden. Daarna kwam de grote test: hoe zou het klinken als vijf groepjes tegelijk aan het woord zijn. Ahum, het galmde wel, zeg. Maar daarna werd het pas echt spannend: toen moesten de groepjes nog een keer doormidden en sommige groepjes gingen zelf in drieën! Het blauwe en het paarse groepje hadden namelijk allebei wel drie vervolgstukjes geschreven! Dus hou je vast: de groep van meester Jos heeft wel 12 verhaaleindes! En dus zijn er ook twaalf groepjes, die tegelijk aan het voorlezen slaan! Misschien komen we wel in het grote boek waar alle records in staan. Volgens mij is dat nog nooit eerder vertoond. Twaalf voorlezende groepjes, tegelijk!
Bij de presentatie moeten die twaalf groepjes natuurlijk wel allemaal een ver plekje opzoeken, waar ze niet ‘gestoord’ worden door een ander voorlezend groepje. Gelukkig maar dat de school zo groot is en lange gangen heeft …
Er werd mooi op toon voorgelezen en af en toe moest er iemand behoorlijk giechelen bij het voorlezen. Niet iedereen leest altijd wat hij of zij zelf geschreven heeft en dus riepen kinderen soms enthousiast: ‘Dat heb ik geschreven!’ en ‘Dat komt van mij!’
En reken maar, dat daarbij geglunderd werd. Merano miste een stukje verhaal. Iets wat hij zelf geschreven had, dat snap je. Hé, waar zou dat gebleven zijn? SOS: stukje verhaal gezocht!
In de groep van Ebru spraken we eerst in de klas af wie wat zou lezen. Ook hier leest niet iedereen precies wat hij of zij verzonnen heeft. Soms hebben drie kinderen aan hetzelfde stukje geschreven en soms zijn er stukjes door elkaar geklutst. Dus ja, dan kun je niet zo makkelijk allemaal je eigen stukje terug vinden.
Nasha las het openingsverhaal voor en Bilal wees de toehoorders de weg naar de rode, gele, groene, blauwe en paarse vlag. Een paar kinderen waren bang dat ze geen publiek zouden krijgen. ‘Als iedereen nou andere verhalen kiest, dan staan wij zonder publiek!’ Nou, daar ben ik helemaal niet bang voor. Alle verhalen zijn zo mooi! Volgens mij is de kans groter dat iedereen alles wil horen!
‘En wat als wij als eerste klaar zijn?’ wilde iemand weten. Ja, dan mag je bij een ander groepje gaan luisteren, samen met je publiek. Als je dan maar heel zachtjes, op kousenvoetjes daarnaar toe sluipt.
Nu de presentatie nadert krijgen sommige schrijvers toch last van twijfels. Murat vroeg: ‘Is dit eigenlijk wel een goed einde: “En toen zei oma: willen jullie thee?”’ Ik vind van wel, hoor. Ik ga nu zelf ook een kopje thee drinken. Lijkt me wel een goed einde van dit stukje. Proost!
