Uit het ei

Gisteren ben ik uit een ei gekropen. Ik heb het al aan veel mensen verteld en denk maar niet dat iemand het wil geloven. Gelukkig maar, dat zoveel kinderen het met eigen ogen hebben gezien. Het was op een podium in de Timotheusschool. Wat de kinderen niet wisten was, dat ik hen ook kon zien. Ja, ik zal het maar eerlijk bekennen: er zaten al wat kleine gaatjes en spleetjes in de schil en daardoor kon ik hier en daar een gezicht zien. Lachende gezichten waren het, want Abdelkader Benali was ze lekker aan het plagen met verhalen over hun moeders die vast wel iedere ochtend hun haartjes kamden en hun nageltjes knipten. Vooral dat laatste werd met luid gegiechel beantwoord. Abdel wilde even duidelijk maken wie de echte helden van de kinderboekenweek waren – de moeders namelijk – en de kinderen gaven hem ruimhartig gelijk door hard te klappen.

Toen ik al die blije hoofden zag, wist ik wel zeker dat dit de goeie plek was om uit te komen. Eén toverspreuk en twee kinderen hielpen me naar buiten en daar stond ik, nog een beetje onwennig en verbaasd, in een gezellige hal. Ik was geboren op een feestje! Dat was nog eens boffen. Er werd me meteen van alles gevraagd. Wat mijn eerste boek was, mijn lievelingsboek, mijn held en of ik echt ‘Dol op een feestje’ geschreven had. Ja dus! 

Daarna was ik te gast in de klas van juf Ebru. Ik heb daar meteen mijn best bewaarde geheim verklapt en ik hoop maar dat niemand het doorvertelt. Het is - ssssst! - dat ik heel wat boeken over bange kinderen heb geschreven, omdat mijn zoon Daniël vroeger nogal bang was. Nu niet meer hoor, nu is hij 22 jaar en een kop groter dan ik en hij is echt nergens bang meer voor.  Het kan overgaan, wil ik maar zeggen. Ook juffrouw van Houweningen ging over de tong, mijn juf in de tweede klas (nu groep 4). Zij was de dochter van een banketbakker en ik verdacht haar er altijd van dat ze stiekem voor de klas zat te eten. Ik hoorde haar tenminste altijd ritselen en knisperen, terwijl ze ons knetterhard liet werken. Zodra ik ‘dochter van een banketbakker’ zei, klonk er van alle kanten gegniffel. De klas was namelijk al begonnen in het boek Nicolet Banket en ze herkenden iets… Ja hoor, dat klopt. Juffrouw van Houweningen is Nicolet Banket. Of omgekeerd natuurlijk. Een jongen stelde tevreden vast dat ik dus altijd schreef over wat ik zelf had meegemaakt. ‘Ja,’ zei ik, ‘maar ik maak de werkelijkheid wel altijd een beetje mooier of gekker of enger. Dat vind ik nou eenmaal net iets leuker. 

Later kwam ik bij juf Marja in de klas en ook bij meester Jos. En ik zal meteen maar toegeven, dat ik het allemaal zo spannend en gezellig vond, dat ik een beetje kwijt ben wie nou precies waar wat zei. Ik beloof hierbij dat ik heel hard zal studeren op de namen…

De kinderen luisterden niet alleen met grote rode oren, ze wilden ook van alles weten. Of ik zelf de tekeningen maak bijvoorbeeld (gelukkig niet, zeg!) en wie er eigenlijk bedenkt wat er op de voorkant moet komen. Toen ik vertelde dat de naam van de tekenaar meestal binnenin het boek te vinden is, stak één van de kinderen meteen een boek in de hoogte waarbij dat niet zo was. Poe hé, ik moet wel opletten wat ik zeg.

Ook wilden de kinderen weten wat ik nu aan het schrijven ben. Ik vertelde dat in mijn nieuwe verhaal een meisje vriendschap sluit met een ander, nogal wild uitgevallen meisje, dat graag verboden dingen doet, zoals bijvoorbeeld stelen. ‘Oe!’ riep de klas. ‘Mijn heldin wil daar eigenlijk niet aan meedoen,’ zei ik, ‘maar aan de andere kant wil ze zo graag een vriendin.’

‘Een meeloper dus,’ zei Nidal (dat heb ik toch wel goed onthouden?). En hij meldde meteen maar dat hij niet van meelopers hield.

En daarna hadden we het over spannende en saaie boeken en over boeken die eerst saai zijn en dan later toch opeens spannend worden, over boeken die goed of juist slecht eindigen, over boeken over papegaaien en panda’s en of schrijven eigenlijk leuk is. En tot slot wilde een meisje weten of ik ook wel eens over mijn dochter schrijf. En zo kwamen we terecht bij het verhaal over de winkel met tweedehands kleding, waarin de kleren de eigenschappen hebben behouden van hun oorspronkelijke eigenaars. En dat allemaal omdat mijn dochter ooit in zo’n winkel uitriep: ‘Het ruikt hier naar mens!’ 

 Volgende week gaan we het hebben over spannende momenten in verhalen, over cliffhangers. Cliffhangers in boeken, cliffhangers in films en of je wel eens al je nagels hebt afgebeten van spanning tijdens het lezen. Lekker makkelijk voor je moeder, hoeft ze die tenminste niet meer te knippen…