Mag het een onsje spannender?
Afgelopen woensdag was het spannend in de drie groepen 5 van de Timotheusschool. De boeven renden door de klas, er waren beschietingen, kinderen verdwaalden, vliegtuigen stortten in zee, er waren enge buurmannen en nog veel engere buurhonden en er vielen zelfs doden. Misschien is het mijn eigen schuld. Ik begon namelijk met het vertellen van superkorte, supersaaie verhalen. In de groep van juf Marja over een schoolreisje, in de groep van meester Jos over verhuizen en bij juf Ebru over logeren. Maar één ding was hetzelfde: alle drie de verhalen waren zóóóó saai dat je er makkelijk van in slaap kon vallen. Ze gingen ongeveer zo: een kind gaat logeren bij zijn tante, hij gaat met de trein, ’s ochtends eet hij boterhammen (zzzzzzz), ’s avonds warm eten (zzzzzzzzzzzzzz) en na vier dagen gaat hij weer naar huis. Goed verhaal, toch?
Nee!!!!!!!
Niet dus. Natuurlijk wilde ik weten waarom niet.
Er gebeurt niks!
Hoezo? vroeg ik. Er gebeurt van alles! De hoofdpersoon gaat met de trein, hij eet boterhammen en warm eten en ...
Ja, maar het is niet spannend!
En ook niet grappig!
Het is veel te kort.
Het verhaal heeft geen goed einde.
Niemand zegt iets in dit nepverhaal.
Je weet niet eens over wie het gaat! Je weet niks van de hoofdpersoon!
Er moest duidelijk het een en ander vertimmerd worden aan die prutsverhalen van mij. De vijfdegroepers stroopten hun mouwen op en toen …
De logeerpartij ging meteen helemaal mis, doordat onze hoofdpersoon in een heel enge trein stapte, er zaten ook boeven in en de bestuurder was helaas ook nog eens knettergek. Nee, nog erger, er wàs helemaal geen bestuurder.
Tja enne … waarom gaat hij eigenlijk met de trein? Kun je soms niet uit logeren gaan in een vliegtuig? Naar Australië bijvoorbeeld? Dat wordt lachen, komt hij ook nog allemaal enge beesten tegen of leuke zoals kangoeroes en koala’s. Ja, of hij komt daar niet eens, want het vliegtuig gaat stuk en hij stort in zee. Of het wordt beschoten vanuit een helikopter.
En als we dan toch bezig zijn: hij kan natuurlijk ook met een boot naar zijn tante. Komt hij per ongeluk op een onbewoond eiland terecht of tussen de haaien.
Heel misschien belandt onze hoofdpersoon uiteindelijk na al deze avonturen toch bij tante, maar je zal zien dat ze dan een enge buurman heeft of een enge hond. Gezellige logeerpartij!
Met het schoolreisje loopt het al niet veel beter. De klas is nog niet onderweg of de bus gaat stuk. De Wegenwacht komt, maar dat zijn natuurlijk vermomde boeven. Of er komt een nieuwe bus met een slechterik achter het stuur, die alle kinderen naar zijn geheime grot brengt.
Of die nieuwe bus gaat veel te hard, die gaat zelfs vliegen! Misschien wel naar de hemel. (Leek mij wat zielig voor de ouders, die aan het eind van de dag zouden staan te wachten.) Of de bus raakt te water en de kinderen moeten maar zien dat ze eruit komen.
Rafaël bedacht dat de bus in dichte mist terecht kon komen. Altijd mooi, als het weer een rol gaat spelen! Of in de mist én in het donker. En dan verdwalen ze natuurlijk met z’n allen. Of alleen maar één kind, dat is ook spannend. Die was dan zeker even gaan plassen.
Ook leuk als er een rood knopje in de bus zit, waar je vooral niet op moet drukken want dan … verandert de bus in een robot. Ik ben heel benieuwd waar dit schoolreisje gaat eindigen.
Die verhuizing had misschien beter niet kunnen gebeuren. Het nieuwe huis blijkt een half ingestort huis te zijn. De ramen vallen eruit, het dak ligt er af. Of het is juist een huis zonder ramen.
En dat is nog niet het ergste… Er woont al iemand in dit huis… Een zwerver of een spook. Ook zijn er minder kamers dan iedereen had gedacht. Of juist meer. Er is een deur, die niet open kan, maar er komen wel enge geluiden achter vandaan.
Natuurlijk zijn ook hier enge buren. Of misschien zijn er wel helemaal geen buren en staat het huis ergens alleen.
De school waar de kinderen naartoe moeten is ook niet echt fijn. Er zitten heel enge kinderen op, vampiers misschien wel…
