Boek gevonden!

Op maandag 21 november kwamen de drie groepen 5 van de Timotheusschool de schoolschrijver tegen in de bibliotheek. Dat was geen toeval, maar van tevoren zo bedacht. Natuurlijk kwamen de leerkrachten mee en ook waren er ouders om te begeleiden en te helpen.

Ik had een speurtocht bedacht, maar voordat we daaraan konden beginnen moest er natuurlijk wel wat uitgelegd worden. Waar zou je bijvoorbeeld luisterboeken of tijdschriften kunnen vinden? Of strips en DVD’s? Of boeken met informatie over landen?

Bij de tijdschriften bleek het een echte verrassing, dat je de schuine planken van die kast op kon tillen om daaronder nog veel meer tijdschriften te vinden! Geheime verstopplaatsen in de bieb!

Bij de kast met boeken, die speciaal voor dyslectische kinderen geschreven zijn, ontspon zich een heel gesprek. Wat was dyslexie eigenlijk? Een aantal kinderen kon het heel goed vertellen: als je dyslectisch bent, dansen de letters voor je ogen of ze gaan door elkaar heen of op hun kop staan. Pfff, je zal het maar hebben!

Bij de kast met ‘gewone’ kinderboeken wachtte ons de volgende verrassing. Ik vertelde dat ik alleen boeken uit de B-kast had gekozen. De B-kast is voor kinderen van 9 tot 12 jaar. Een beetje op de groei dus. Maar gek genoeg staken er blauwe bordjes uit die B-kast, waarop allerlei andere letters te zien waren: A,B,D, F… Wat was dat nou weer voor raars? Het was toch zeker de B-kast? Sommige kinderen dachten dat dat iets met de titels te maken had. Maar al gauw kwamen we erachter dat zo’n bordje iets zegt over de achternamen van de schrijvers. Over de eerste letter van die achternaam eigenlijk. Iemand zag het boek de GVR staan. Nou ja zeg, bij de D! Ja, de D van Dahl. Roald Dahl om precies te zijn. Iemand vertelde dat juf Dorien dit boek ooit voorgelezen had. En grappig genoeg zagen we toen meteen het luisterboek van de GVR staan. Voor alle kinderen, die het graag nóg eens voorgelezen krijgen.

Toen we eenmaal wisten wat die blauwe bordjes betekenden, was het nog steeds niet makkelijk om een schrijver te vinden. Want je moet niet alleen op de eerste letter van de achternaam letten. Nee, daarna moet je weer kijken naar de tweede letter of zelfs naar de derde. De meeste kinderen zochten liever gewoon alle boeken van schrijvers met een B af of met een D. Al dat gedoe met het alfabet!

En daarna bleek het moeilijk de boeken terug te zetten op de goeie plek. Iedereen was zo blij als hij of zij een boek had gevonden, dat het arme boek trots de halve bibliotheek door gezeuld werd om op een totaal vreemde plank achtergelaten te worden. Tussen verkeerde schrijvers, zeg maar, of in elk geval tussen schrijvers met verkeerde achternamen. Gelukkig had de mevrouw van de bieb gekleurde plankjes, die je tussen de boeken kon schuiven precies op de plaats waar je iets weggepakt had. Dat was handig!

In de informatiekast had je het alfabet ook nodig, maar nu niet voor de achternamen van de schrijvers, maar voor de onderwerpen. In de dierenkast bijvoorbeeld stonden alle dieren met eenzelfde letter bij elkaar. De spinnen bij de slangen en de steenbokken en de schorpioenen.

De sprookjes en volksverhalen stonden weer in een andere kast. Daar moest iemand gevonden worden met een wel heel moeilijke naam: Nasreddin Hodja. Een paar kinderen zochten hem in de dierenkast, want die dachten zeker te weten dat het om een hondje ging. 

Ook was er een kast over landen. Nasha liet mij vol trots een boek over Indonesië zien, het land waar zij vandaan komt. Ze kon mij op de landkaart zelfs precies aanwijzen waar zij geboren is. In de stad Jakarta!

Bij de speurtocht moesten ook logo’s nagetekend worden. Wat is nou weer een logo? Maar toen iedereen wist dat dat het kleine tekeningetje op de zijkant van het boek was, werd er druk nagetekend. Wel gek dat er op het slangenboek een klauwtje getekend was. Een slang met klauwen??

We kwamen ook een oude bekende tegen. Sommige kinderen reageerden zo enthousiast, dat het leek alsof ze een vriend van vroeger weerzagen. De kleine kapitein! Nou ja, die hadden we niet zo lang geleden ook in de klas gezien, we waren zelfs met hem door de levensgevaarlijke drakenpoort gevaren en daar stond hij zomaar in de bieb! En het allerleukste was: we zagen ook deel 2.

Wat heel goed ging was: het samenwerken! De speurtocht werd gedaan in tweetallen en die hoorde ik voortdurend met elkaar overleggen. ‘Dit boek heet Ik danste met engelen. Dat gaat natuurlijk over engelen. Schrijf op.’ ‘Nee, kijk hier staat Turkije. Kinderjaren in Turkije.’ Kijk, zo kom je nog eens ergens!