Als iemand voorleest, dan droom ik altijd weg
Gisteren (2 november) was een spannende dag: de groepen 5 waren begonnen aan hun grote verhaal, het verhaal, dat ze met de hele groep gaan schrijven.
Bij juf Marja werd het begin plechtig voorgelezen door Beyzanur, Nermin en Yamairo. Zij hadden het geschreven, maar de hele klas had meegedacht en meegeschreven. Deze drie schrijvers hadden de beste ideeën daaruit gehaald. Opeens wisten we hoe de hoofdpersonen Alex, Vicky, Tes en Thomas eruit zien (er is er één met roze haar!), hoe oud ze zijn (Vicky is 19!) en waar ze naartoe gaan. Op schoolreis naar de Linnaeushof. Ik zou bijna zeggen: was dat maar waar, want toevallig weet ik dat de bus al snel kapot gaat. En wat er dan allemaal gebeurt … Ik zal het niet verklappen, maar ik hoop dat je van griezelen houdt.
De groep van meester Jos gaat verhuizen naar een huis dat er niet al te best uitziet. Het dak is eraf, de ramen rammelen. Nou vooruit, met een beetje geluk komt het groepje van Houda in een heel gewoon huis, alleen … daar woont per ongeluk al iemand in: een zwerver of een spook. Of heb je liever een behekst huis? Ga dan maar mee met Judea.
Bij juf Ebru gaan ze met z’n allen gezellig logeren. Nou ja, gezellig? Een groepje pakt het vliegtuig, maar wat doet die helikopter daar? Zitten daar mannen met pistolen in? Of zit jij soms liever in een trein zonder bestuurder? Of met een stel boeven erin. Dan zou ik me aansluiten bij Serkan. Het groepje van Bilal komt voor een dichte deur. Lekker, zeg. Denk je fijn bij je oma te gaan logeren, is er niemand thuis!
Ik ben zo benieuwd hoe dit verder gaat. Komt er wel één groepje kinderen in de Linnaeushof aan of blijven ze allemaal onderweg steken? En wat heeft die enge heks allemaal uitgevoerd in dat nieuwe huis en lukt het de enge beestjes van Dounia om het huis in te komen? En dan die logeerpartij. Ayoub zit met zijn groepje op de boot, maar eh … is die kapitein wel betrouwbaar?
We hebben het er met z’n allen over gehad hoe je een verhaal spannend kunt maken. Ik heb een stukje voorgelezen uit De kleine kapitein van Paul Biegel. Het stukje waarin de kleine kapitein met de kinderen door de drakenpoort moet varen. En dan moet je weten dat die draken ’s nachts wel van steen zijn, maar bij de eerste zonnestralen langzaam tot leven komen. Natuurlijk blijft de boot steken op een klip, terwijl de zon opkomt en de draken om zich heen beginnen te grijpen met hun enge klauwen. Als dat niet spannend is … Iedereen zat doodstil te luisteren, dus ik weet het wel. ‘Als iemand voorleest, dan droom ik altijd weg,’ zei Nasha. En dat is precies de bedoeling.
Daarna hadden we het over de enge geluiden in het verhaal: het kolkende, stomende, borrelende water. En over wat tijdsdruk is: er moet iets gebeuren in korte tijd, want anders … Zoals hier met de boot die door de poort moet voordat de draken ontwaken en zoals soms in de film bij een tikkende bom. Zou het ons lukken om zulke spannende verhalen te schrijven? Ja toch??

